2021

Voorbij de jacht

III

Divine, demonic, and supernatural

Omdat onze tafel was ingenomen door twee grachtengordelvrouwen met witte wijn, zijn we op de houten gevelbank gaan zitten. Door de laaghangende luifel kwam de zon er niet boven onze knieën. Bij de ober bestelden we oude kaas en gefrituurde kaastengels. Mels at geen vlees. We hebben een blik uitgewisseld, de ober en ik. Zo een die je uitwisselt met iemand waarmee je een dronken avond hebt beleefd, alleen geen idee meer hebt waar of wanneer dat is geweest. Zijn blik ging tenslotte over in een grijns en die was Mels niet ontgaan.
'Ken je hem?'
'Ik denk het.'
'Van je studie?'
'Ben in tien jaar tijd aan vijf verschillende begonnen.'
Waarmee ik eigenlijk alleen maar aan wilde geven dat die kans bestond, maar dat het niet eenvoudig was zijn gezicht bij de juiste opleiding te plaatsen.
'Waarom ben je in vredesnaam gaan studeren?'
'Om mijn moeder te plezieren,' zei ik. 'Plus ik had het vermoeden dat het studentenleven me zou bevallen.'
'En?'
'Het beviel.'
'Nog steeds?'
'Sinds vorig jaar niet meer.'
Daarop keek ze me met een dichtgeknepen oog aan, alsof ze weer mijn leeftijd probeerde te raden.
'En nu,' vroeg ze.
'Om met Cooper te spreken: vroeger was ik besluiteloos, tegenwoordig weet ik het niet zeker.'
'Zei Gary dat?'
'Tommy.'
'Grapjas. Ben je dichterbij komen zitten? Of lijkt dat maar zo?'
Ik schoof een halve meter naar links, zij een kwart. Even dacht ik dat ze me toen zou zoenen. Ik achtte haar ertoe in staat. Bovendien leek het me een goed moment. In plaats daarvan vroeg ze of ze mijn telefoon kort mocht gebruiken, pakte haar notitieboekje uit haar tas en begon te bladeren. Ongeveer de helft was beschreven. Ik vroeg wat ze er zoal in noteerde. Ze zei dat het me niks aanging. Of ik niet liever in de keuken wilde kijken waar onze hapjes bleven. Het aftastende stadium was een gepasseerd station. Daarna, veranderlijk als de vlucht van een vlinder, reikte ze me het boekje aan en vroeg me het nummer achter Richards naam voor te lezen. Vervolgens liep ze met mijn toestel aan haar oor een eindje bij me vandaan.
Mijn hoofd boog zich vrijwel automatisch over de openstaande bladzijdes. Ik had de intentie het bij twee te laten. Maar mocht het een lang gesprek worden, stond ik niet voor mezelf in. De linker bladzijde was gevuld met namen en telefoonnummers, de rechter met data. Zaterdag 10 juli sprong eruit omdat deze met een rode stift was omcirkeld en drie uitroeptekens had. In een tweede kolom stonden aanvangstijden en in een derde locatiegegevens. De onderste regel leek door iemand anders geschreven. Waar de h's en b's van Mels korte pootjes hadden, en de o's en a's rond en ingezakt waren, was dit handschrift hoekig met slanke, ongelijkmatige letters.
Mme Bonnefantens costume rental, corner of Hobbemakade and Nicolaas Maesstraat, 0206228078
De ober kwam voorbij en zette grijnzend een bordje kaas naast me neer. Mels ijsbeerde op de stoep. Ik bladerde verder.
Op een volgende bladzijde had Mels een liedtekst uitgeschreven. “You Can't Win” luidde die. “If you believe,” begon het, “Within your heart you'll know, That no one can change, The path that you must go,” en op dezelfde voet ging het zo nog een paar coupletten door maar dat geloofde ik verder wel. Na nog enkele bladzijdes discreet te hebben opgelicht, wilde ik het eigenlijk wegleggen. Toen viel mijn oog op een notitie die afweek van de andere.

Revered in some cultures but persecuted by most others, epilepsy patients have, throughout history, been linked with the divine, demonic, and supernatural. Devinsky and Lai (2008)

Biofeedback treatment:
Dr. Eszter Benedek, 617-555-0163 / 508-843-6650

'Sorry dat ik zo lang in gesprek was,' zei Mels. 'Hij kan soms overbezorgd zijn. Ik denk dat hij iets aan mijn stem hoorde. Ik had niet moeten drinken op een lege maag. Zal ik je wat geld geven?'
'Stop met het aanbieden van geld, je kwetst me ermee.'
Ze lachte niet maar gaf de telefoon terug en kwam weer naast me zitten. Er zaten haperingen in die bewegingen, alsof haar gedachten een paar keer teruggingen naar het gesprek.
'Alles oké?'
'Wat zou er moeten zijn? Ik wilde hem laten weten waar ik was aangezien ik bij hem slaap,' zei ze.
'Richard is je slaapplek?'
'Pardon?'
'Ik bedoel, het logeeradres dat hij hier voor je geregeld heeft, is zijn eigen huis?'
'Het is groot genoeg. Waarom niet?'
'Geen idee. Met hoeveel muzikanten slapen jullie daar?'
'Ik heb het huis voor mezelf. Wanneer Richard er niet is,' zei ze gedecideerd.
Ik keek haar aan in de hoop een antwoord te krijgen op een vraag die ik niet durfde te stellen. Ze merkte dat ik haar bestudeerde en verstarde.
'Begrijp me niet verkeerd. De muziekwereld is interessant voor een buitenstaander. Hier, neem wat,' zei ik, en bood haar klungelig het bord met de hapjes aan.
'Zo direct. Wat is dat toch met jullie?'
'Sorry. Jullie Nederlanders? Of jullie mannen?'
Ze zweeg en pakte twee blokjes van het bord.
'Ik ben de buitenstaander. Van alle muzikanten ben ik de enige die geen woord Nederlands spreekt.'
'Hup Holland Hup klonk anders veelbelovend.'
'Bente heeft me dat geleerd. Een van de andere vier zangeressen.'
Ik wilde zeggen dat ik dat wist maar bedacht me net op tijd dat ik dat alleen wist omdat ik in haar boekje had zitten lezen.
'Voordat je terugvliegt ken je het hele lied.'
'God nee. Ik moet al genoeg teksten leren,' zei ze.
'Waarom geeft Richard een feest?'
'Hij wordt hoogleraar. Jongste psychologieprofessor van de faculteit.'
'Bijzonder.'
Ze knikte instemmend.
'En ik ben de enige die door hem is ingevlogen.'
Ik wilde opstaan om de rekening te betalen. Ze legde haar hand op mijn knie om er nog iets aan toe te voegen.
'Weet je dat hij alle partijen zelf heeft geschreven? Dan denk je misschien, het zijn twee dozijn popliedjes. We hebben het niet over Bach of Beethoven. Nee, maar wel over een veertig-koppig orkest. Het zal niet eenvoudig worden om ons in een paar weken tijd strak samen te laten spelen.'
'Denk je dat het gaat lukken?'
Daarop keek ze me verontwaardigd aan.
'Kom maar kijken.'
'Ik zal de hele avond vooraan staan.'
'Niet staan,' zei ze, 'dansen.'
Even later stonden we te zoenen. Daar was een korte wandeling aan vooraf gegaan. Toen ze bij een woonboot naar binnen wilde gluren, hield ik me afzijdig en deed op de metalen rand van een boomperk een paar evenwichtsoefeningen. Ze riep dat ze het slim vond dat ik op de uitkijk was gaan staan. Of ik haar wilde waarschuwen wanneer er iemand naar buiten kwam. Ik riep dat ze zich daar dan zelf maar uit moest redden. Waarschijnlijk was er niemand thuis want ze greep haar kans om haar nieuwsgierigheid naar woonboten voor eens en voor altijd te bevredigen. Er leek geen eind aan te komen.
'Voldaan?' vroeg ik, toen ze eindelijk wegliep van de ark.
'Geloof het wel. Of heb je, waar jij staat, beter zicht?'
Ze ging op de rand staan. Ik stapte er vanaf. We waren nu even groot en ik kuste haar. Het speeksel in haar mond was koel en smaakte een beetje naar appelsap. Door de kruin van de boom dwarrelde zacht licht naar beneden. Geenszins was het een overdreven gepassioneerde kus, hoewel aan de vochtige kant. Onze monden leken twee oude bekenden die elkaar onder regenachtige omstandigheden tegen het lijf waren gelopen. Onwennig maar vertrouwd. Al met al duurde het hooguit dertig seconden. Langer had van mij gemogen maar zo was het ook goed. Het was een voorproefje.
Daarna had ze nog een uur om in Oost te komen. Dat leek me voldoende tijd om het eerste stuk te lopen. Bij een terras op de Spiegelgracht zei Mels dat er ook nog wel ruimte was voor een korte stop. Ze hoefde niet vanaf het begin bij de repetitie te zijn. Om vijf over acht ging mijn telefoon. Het was Richard. Ze nam het toestel over en verzekerde hem dat ze er bijna was.
'Like minutes. Really.'
Toen we drie kwartier later aankwamen, stond hij buiten op haar te wachten. Bovenaan de stenen trap, wijdbeens, met zijn handen in zijn zakken. Uit het gebouw stegen onsamenhangende blaastonen van verveelde muzikanten op.
Het eerste wat me aan hem opviel, waren zijn ogen: lichtblauwe, priemende kiezels. Hij had een slank postuur, glimmend voorhoofd en sluik bruin haar. Van een afstand leek dat haar aan de dunne kant, maar dat kwam misschien door de laaghangende zon. Hij droeg een wit overhemd, mouwen opgestroopt. Ellebogen strak langs het lichaam. Zijn intense blik was op mij gefixeerd. Toen Mels de laatste trede beklom en met gespreide armen op hem afstapte, haalde hij onwillig zijn handen uit zijn zakken. Na een kille begroeting liepen ze naar binnen. In de deuropening aarzelde ze even, stak een arm in de lucht en riep: 'Bye Gary.'