2021

Voorbij de jacht

II

Brave jongen

Onder de gestreepte luifel van een bruin café, op een plein in de Jordaan, pakte ze mijn arm. Met haar andere reikte ze naar haar tas. Ik was te weten gekomen dat ze een nacht in Enkhuizen had doorgebracht en pas een paar dagen in het land was. Uit haar tas pakte ze het boekje. Ze hield het met drie vingers bij de rug vast zodat de bladzijden vrij van elkaar konden bewegen. Nu ik het weer voorbij zag komen, leek het nog het meest op een agenda. Of een notitieboek. In het exotische opschrift herkende ik Hebreeuws. Na wat heen en weer geschud, gleed er een papiertje tussenuit. Een kassabon of iets dergelijks verdween onder tafel. Ze boog zich er handig achteraan. Voor de zekerheid hield ik de glazen vast, want het tafelblad begon te wiebelen. Terwijl ze met haar ene hand haar witte zonnebril op haar neus gedrukt hield, strekte ze haar andere uit zo ver ze kon. Ze kwam er niet bij. Er klonk een zucht en er verscheen een hand met zonnebril tussen mijn benen. Daarna verdween ze helemaal onder tafel. Er volgde gemanoeuvreer van ledematen en een paar keer stak er een been – slank en lenig – onder vandaan. Van mij had het de hele middag mogen duren.
'Weet je waar dit is,' vroeg ze, toen ze met de bon tussen haar tanden geklemd weer naast me opdook. Ook door het papiertje heen had haar uitspraak Amerikaans geklonken. Die kwam niet uit Israël.
'Oost,' zei ik, het piepkleine adres onderaan de bon ontcijferend, 'volgens mij in de buurt van de Dappermarkt. Zeg, waar kom je eigenlijk vandaan?'
'West. Ik verblijf in een schattig appartement, naast een schattig park. Alles is zo schattig in deze stad,' zei ze, niet zozeer vertederd, maar eerder alsof ze een oordeel velde.
'Ik bedoelde eigenlijk waar je oorspronkelijk vandaan komt. Je zei dat je pas een paar dagen in Nederland bent?'
'Boston, Massachusetts.'
'Boston Massachusetts,' echode ik.
'Vier uur rijden van New York.'|'Ik weet waar het ligt,' zei ik, om er maar vanaf te zijn. Ik wist dat het aan de oostkust lag en dat het dichter bij Canada dan Mexico moest zijn. Er was vroeger een sitcom op tv waar ik graag naar keek en die speelde zich volledig af binnen de vier muren een Bostons café.
'Je bent niet Israëlisch?'
'Wat? Hoe kom je daar nou bij?'
Ik wees naar het boekje.
'Ik ben Joods. Iers. Er stroomt Italiaans en Frans bloed door mijn aderen. Van alles een beetje, maar een hele Amerikaanse,' zei ze met een ontwapenende glimlach.
Ze stak haar hand uit.
'We hebben ons nog niet voorgesteld. Carmel Madigan, Mels voor intimi.'
'Anno. Zoals het daar op de gevel staat.'
Ik wees naar een statig herenhuis.
'Juist. Heb je ook een achternaam? 1672?'
'Ortolaan.'
Ze zei nog iets over mijn hand, die de temperatuur van het glas had aangenomen. Dat het koudbloedige tengels waren als ze zich zo makkelijk aanpasten aan omstandigheden. Uit haar mond had het grappiger geklonken.
'Wat is er op het adres?'
'Repetities. Alleen voor de blaas- en ritmesectie, niet voor de vocalisten. Maar Richard wil dat we er bij zijn.'
'Je bent muzikant?'
'Ach.. ik zing. En ik speel een beetje gitaar.'
'Wat is het verschil?'
'Ik doe het voor de lol.'
'Je bent naar Amsterdam gekomen om op te treden, begrijp ik dat goed? Krijg je daar geen vergoeding voor?'
'Het vliegticket is betaald en er is een slaapplek voor me geregeld. Dat is het ongeveer.'
Ze nam een slokje La Chouffe.
'Maar ik vind het helemaal niet erg. Het is een geweldige ervaring. Ben Richard dankbaar voor de kans met zoveel professionele artiesten samen te spelen,' zei ze.
Alsof hij mee luisterde. Alsof ze het niet over haar verblijf kon hebben zonder zijn naam te noemen. Wie was deze man?
'Er zijn er meer?'
'Achtendertig. Sommigen zijn zó goed. Maria Vargas, een van de zangeressen, wat een stem! Heeft op alle grote festivals gestaan. North Sea Jazz, Montreux, Paris Jazz, noem maar op.'
'Ik ben niet zo thuis in de jazzscene,' zei ik.
'De meesten kennen elkaar van het conservatorium. Ze hebben jaren geleden in een soortgelijke formatie een paar keer samen gespeeld. Voor hen is het één grote reünie.'
Ze frunnikte wat aan haar schouderbandje, pakte de zonnebril van haar hoofd en legde hem naast zich neer.
'Ik vermoed dat iedereen het vrijwillig doet. Voor Richard,' zei ze.
Daar had je hem weer. Als een bolletje brood aan een glinsterende vishaak. Ik was nog niet van plan te happen.
'Hoe lang blijf je?'
'Achttien dagen. Maar nogmaals, mij hoor je niet klagen. Ik bedoel, kijk nou,' riep ze, terwijl ze een moeder aanwees die met twee meisjes – roze tutu's, een op het stuur, een op de bagagedrager – langs het terras fietste, 'ook al zoschattig!'
Die zag ze wel. Ik excuseerde me om naar de wc te gaan en stapte het verduisterde café in. Oranjeprullaria voor de ramen lieten een beperkte hoeveelheid licht binnen. Het meubilair stond in een ongebruikelijke opstelling zodat het wereldkampioenschap voetbal op twee schermen kon worden bekeken. Er stond die middag een kraker op het programma. De elftallen van Engeland en Duitsland stonden al klaar in de middencirkel. Op de hoek van de bar zat een kale man in een slobberige polo. Die zat er elke dag. Een leesbril op het puntje van zijn neus, een fluitje bier en een krant eronder. De vrouw achter de tap draaide het volume van de muziek omlaag, en het commentaar bij de wedstrijd omhoog. Toen ik het herentoilet binnenstapte, bereikte het Duitse volkslied de apotheose. In het urinoir lag een zwart-wit balletje ter grootte van een knikker. Er was niets om in te scoren; ik heb het maar wat in de rondte gezeken. Het was vermakelijker geweest wanneer er een klein doel in had gestaan, bij voorkeur met een gehaakt netje. Het volgende toernooi misschien. Ze bedachten steeds gekkere dingen.
Na het wassen van mijn handen wierp ik een blik in de spiegel. Oogcontact met mijn reflectie probeerde ik te vermijden omdat het anders was alsof ik mezelf ergens op betrapte. Geen vanitas. Tijdens de jacht was ijdeltuiterij verboden. Je zou er maar onzeker van worden. Twijfelen en jagen gaan niet samen.
Spiegels deden me bovendien aan acteur Zooey denken, mijn favoriete personage uit een boek van Salinger. Zooey zocht juist altijd alleen zijn kijkers op, verder niks. Ieder ander onderdeel van zijn gezicht of lichaam was verboden terrein. Zelfs tijdens het scheren mocht hij het oogcontact niet verbreken. Hij was als de dood om teveel van zijn spiegelbeeld te gaan houden. Voor hem lag die affectie op de loer. Beroepsmatig bracht hij flink wat tijd door met zijn eigen reflectie. Hij kwam er dus niet aan toe om de binnenkant van zijn neus te inspecteren, of de achterkant van zijn tong. Persoonlijk zijn dat de plekken waar ik als eerste kijk. Ook in spiegels op toiletten van bruine cafés. Toen deze handelingen erop zaten, en ik een hand door mijn haar wilde halen, ging de deur open. De man in het flodderige shirt stapte binnen. Hij beende door naar een urinoir en ritste onderweg zijn pantalon alvast open. Leunend tegen het tussenschot mikte hij een slap straaltje in de pot met het balletje. Omdat er nu een kale man naast me stond te zeiken, lukte het me ineens niet meer om mijn haar te doen. Alsof er iemand in een rolstoel de dansvloer was opgekomen.
Mels had haar blote voeten op een lege stoel gelegd en rookte een sigaret.
'Ik weet dat ik het eigenlijk niet zou moeten doen,' zei ze gewetensvol.
Ik zei dat we in een vrij land leefden omdat ik dat wel Amerikaans vond klinken. Bovendien maakte ik me er zelf regelmatig schuldig aan.
'Voor m'n stem, weet je.'
Ik knikte, stapte over haar benen heen en ging per ongeluk op haar zonnebril zitten. Een glas kwam eruit, beide pootjes waren verbogen. Na shit en een paar sorry's te hebben gezegd bood ik aan de schade te vergoeden. Ik stond in de startblokken om naar de pinautomaat aan de overkant van het plein te lopen.
'Ga zitten. Maak je niet druk,' maande ze me tot kalmte. 'Vond 'm sowieso maar zozo. Het maakte mijn gezicht iets te meisjesachtig.'
Ik probeerde de pootjes terug te buigen. Dat lukte ten dele. Alleen het glas wilde er niet meer in.
'Hoeveel wil je er voor hebben,' vroeg ik, terwijl ik het montuur op mijn neus drukte.
'Dat noem ik schitteren door afwezigheid,' zei ze. 'Maar stop met het aanbieden van geld, je kwetst me. Misschien..., ' voegde ze eraan toe, 'misschien vraag ik je in de toekomst om een gunst. Maar wees voor nu een brave jongen en drink je bier.'
Verder protesteren was zinloos geweest en haar verzoek klonk niet onredelijk.
'Vroeger had ik een monocle, daar doet het me aan denken. Mijn ouders hadden een huis op Cape Cod.'
'Cape Cod?'
'Schiereiland van Massachusetts. De Kennedy's hadden er ook een vakantiehuis. Die monocle was misschien wel mijn lievelingsbezit. Het hing de hele zomer als een soort derde oog om mijn nek. Ik dichtte het bijzondere krachten toe. Als kind was ik het gelukkigst wanneer ik het gevoel had uitverkorene te zijn. Maar ja, wie niet?'
'Al sla je me dood.'
'Ik had een schoenendoos vol met talismannen onder mijn bed, allemaal ergens opgeduikeld. Ik weet het niet, misschien ben ik niet veel veranderd. Toen Richard me vroeg om te komen zingen op zijn inauguratie was dat de gedachte die bij me opkwam. Dat ik uitverkorene was. Kinderachtig niet?'
'Ik vind niet zo snel iets kinderachtig.'
Iemand was erop uit om haar een bijzonder gevoel te geven. Iemand had haar uitverkoren. Ik besloot te happen.
'Wie is Richard?'
'Richard is briljant. En een beetje gek.'
'Is dat alles?'
'Hij was gastdocent aan m'n universiteit. Ik heb een keuzevak bij hem gevolgd, over cognitie en gedrag. Susan, mijn kamergenote, had het semester daarvoor hetzelfde vak gevolgd. Ze zei dat Richard compleet gestoord was. Dat hij steeds voorbeelden uit de biologie erbij haalde. Dat ze zich daar niet voor had aangemeld.'
Om mijn handen wat afleiding te gunnen pakte ik de montuur op en probeerde het glas erin te drukken.
'Toen dacht je, daar wil ik meer over weten?'
'Uiteraard. Susan was zelf een eigenaardig kind. Het type dat dagen achtereen op bed lag, vloer bezaaid met zakdoekjes. Ze leek naar Boston gekomen om haar pubertijd nog eens dunnetjes over te doen.'
'Hoe bedoel je?'
'Geen levensvreugde.'
Ze hief haar glas en goot een flinke slok La Chouffe naar binnen.
'In ieder geval,' zei ze, 'daar ging het vak van Richard over. Gedrag van mens en dier in relatie tot bewustzijn. Mensen projecteren bijvoorbeeld van alles op hun huisdieren. Susan dacht vroeger dat haar hond haar troostte wanneer hij haar gezicht likte als ze huilde. Ook zonder dat vak te volgen had ik haar kunnen vertellen dat het beest van het zout in de tranen hield.'
'Ongemakkelijk, zo'n huisgenoot.'
'Voor mij? Welnee. Meestal huilde ze ingetogen, bijna verontschuldigend. Susan deed haar best niemand tot last te zijn.'
Ineens keek ze me ernstig aan.
'Huil jij weleens?' vroeg ze, terwijl ze een hand op mijn been legde.
'Nooit.'
De allereerste persoonlijke vraag die ze me stelde en het lukte me niet de waarheid te spreken. Als dit een voorbode was voor onze verdere omgang stond ons nog wat te wachten. Het eerlijke antwoord was soms. Alleen had ik geen zin in de vervolgvragen die dat zou hebben uitgelokt. De laatste tranen hadden nog geen vierentwintig uur geleden over mijn wangen gerold, nadat ik had ontdekt dat mijn broer een terugval had gekregen.
Mels trok haar hand terug, schoof een haarlok achter haar oor, pakte haar vlecht beet en liet haar duim een paar keer langs het uiteinde gaan. Alsof ze de stijfheid van een schilderskwast testte.
'Niet alleen lucht huilen me op,' zei ze, 'tranen van een ander zullen me eerder ontroeren dan irriteren. Wanneer je alleen huilt op begrafenissen wordt het te beladen. Geen wonder dat het op den duur niet meer lukt.'
'Zodra ik iets achter mijn ogen voel tintelen, ga ik erop letten en droogt het meestal op. Ik heb gehoord dat het te maken heeft met de hoeveelheid testosteron in mijn lijf. Mannen hebben daar meer van. Dat hormoon werpt een dam op. Vrouwen die man worden, zouden het verschil meteen merken,' zei ik.
'Vrouwen die wat?'
'Vrouwen die man worden. Na de eerste hormonenkuur zouden ze ineens veel minder makkelijk huilen. Dat komt door de testosteron. Die verhoogt de drempel om je te laten gaan.'
Ik stond op om een nieuw rondje te halen. Mels kwam overeind om binnen naar het toilet te gaan. Bij de voetbalwedstrijd was het rust. Een groepje Engelse toeristen stond desondanks nog altijd naar het grote scherm te schreeuwen.
'Wat is er met hun aan de hand?' vroeg ik aan de kale man aan de bar.
De stamgast begon me uit te leggen waarom ze de Uruguayaanse scheidsrechter uitmaakten voor fascist. Er was geen touw aan vast te knopen. In hem schuilde geen kenner van de spelregels. De informatie die er toe deed, namelijk dat een zuiver doelpunt door de arbitrage was weggewuifd, vergat hij te vermelden. Wat hij me in plaats daarvan vertelde, had weinig met voetbal te maken.
'De Engelsen,' zei hij, 'gedragen zich alsof de wereld zich tegen hen heeft gekeerd. Are you an admirer of passionate young men?'
'Sometimes,' zei Mels, die er bij was komen staan. 'What happened?'
'Ben er nog niet uit,' ging hij op geamuseerde toon verder. 'Misschien kunnen jullie helpen. Er is een bal op de lat geschoten en daar raken ze maar niet over uitgepraat. Bij mijn weten moet de bal in het doel? Niet er tegenaan? Waren het niet de Engelsen die het spel ooit hadden bedacht?'
'Soccer isn't exactly my sport either,' zei Mels. 'Gisteren zijn onze jongens uitgeschakeld door Ghana. Volgens de kenners geen verrassing. Vanaf nu gaat mijn onverdeelde steun naar Nederland. Up Ollandup, let the lay need in sign empy stawn!'
Die laatste zin had ze door de bar gescandeerd. Een blik op haar talenten die vreemd genoeg naar meer smaakte.
Uit een herhaling van het fragment werd duidelijk wat de stamgast had bedoeld. Een Engels afstandsschot was via de onderkant van de lat achter de doellijn terecht gekomen, terug het veld in gestuiterd, in de handen van de Duitse doelman beland. Die deed alsof zijn neus bloedde en hervatte het spel met een verre uittrap. De hele wereld had kunnen zien dat het een doelpunt was, behalve de arbitrage. De bal had de doellijn met een halve meter gepasseerd.
De stamgast vond het tijd voor sterke drank. Drie borrelglaasjes, tot de rand gevuld, stonden gebroederlijk naast elkaar op de bar.
'Jenever?' vroeg ik.
'Bernard insisted,' zei Mels.
'Bernard young lady, Bernard. Comme il faut,' verbeterde hij haar. 'Salut!' Met twee vingers tilde hij een glaasje op en sloeg het achterover. Om er vanaf te zijn, volgde ik zijn voorbeeld. Mels deed het rustiger aan. Deftig nipte ze van de ijskoude vloeistof.
'Licht zoutig, zwaar alcoholisch. Niet verkeerd,' zei ze. 'Al smeken mijn smaakpapillen nu om een verfrissender drankje.'
Bij de barvrouw bestelde ik drie Heineken.
'Nee, appelsap voor mij.' zei ze. 'Het is een eerlijk goedje. Eerlijkheid in drank kan ik waarderen. Per slot van rekening drinken we ze niet om de smaak, of wel?'
'Spreek voor jezelf. Voor een lekkere jonge magje me wakker maken,' zei Bernard.
'Wanneer je cocktails drinkt,' ging ze onverstoord verder, 'waarin je de alcohol nauwelijks proeft, krijg je de rekening achteraf. Ik blijk dan vaak veel te weinig op zak te hebben.'
Ze legde haar arm over de schouder van Bernard. Zo te zien had jenever een eerlijke uitwerking op haar.
'Ik heb geen idee waar je het over hebt, maar je bent leuk,' zei Bernard. 'Is ze niet leuk?'
Terwijl ze onze ogen op zich gericht voelde, trok ze het elastiek uit haar vlecht en kamde haar haren met haar vingertoppen. Het lukte me – zij het met moeite – haar niet met open mond aan te staren. Ze genoot zichtbaar van de aandacht. Op het juiste moment, net voor het gênant werd, verlegde ze de attentie.
'Weet je, in dit licht... Heeft iemand je wel eens verteld dat je op Gary Cooper lijkt?'
'Gary wie?' vroeg ik.
'Cooper. De sheriff uit High Noon,' zei ze. 'Beklaagde zich ooit dat je in Westerns wel het paard mag zoenen, maar nooit het meisje. Uiteraard ben je minder knap. En staan je oren verder van je hoofd. Vind je hem ook niet op Gary lijken?'
Met een schuin hoofd keek ze van mij naar Bernard die op zijn beurt met een schuin hoofd naar mij keek.
'Zei hij niet dat hard werken niks voor hem was? En dat hij daarom maar filmster was geworden?' vroeg Bernard.
'Die! Wacht,' zei ze. Ze vouwde haar staart in een soort Japanse knoop, kwam achter me staan, en trok mijn oren hardhandig naar achteren.
'En?'
'Like two drops of water.'